Posterolaterale toegang voor een heupprothese

Operatieve toegangswegen in de heupendoprothetiek: welke is de beste? Anterior (AMIS), lateraal of posterior?

Geschreven door Dr. Jan Tom Berg, chefarts van de orthopedische kliniek in het St. Elisabeth-ziekenhuis Damme en hoofd van het "EndoProthetikZentrum Damme".

In de moderne heupchirurgie worden verschillende toegangswegen benut: de bekendste daarvan zijn de voorste benadering (anterior), via de zijkant (laterale) en de achterste benadering (posterior / posterolateraal).

De meest bekende voorste toegang is de door patiënten gevraagde AMIS: anterior minimal invasiv surgery. Deze toegang dient weinig schade aan de weken delen (vooral het spiersystem) aan te richten, zodat de patiënt iets sneller zou kunnen herstellen dan bij andere toegangswegen. Natuurlijk wil de patiënt een kleine operatiewond en een snel herstelproces van de heupoperatie. Maar biedt de AMIS werkelijk voordelen ten opzichte van de andere toegangswegen? Het antwoord is: nee. Waarom nee? De AMIS betekent dikwijls een beperkt overzicht van het operatiegebied zelf met een verhoogde kans op een technisch niet optimale implantatie van de heupprothese als gevolg (pan zowel als steel) waardoor de levensduur van de heupprothese wordt beperkt. De heupprothese gaat dan door de niet optimale belasting sneller los zitten met als gevolg klachten, die tot een voortijdige, vaak voor de patiënt zeer belastende heupprothesewisseloperatie leidt. De indicatiestelling voor de AMIS is uiteindelijk begrensd en komt eventueel alleen voor slanke patiënten in aanmerking. Daar komt bij, dat regelmatig de ideale, iets langere, prothesesteel technisch over deze (AMIS) toegang niet kan worden ingezet, zodat ook hierdoor kwaliteit / levensduur verloren kan gaan.

De laterale toegang (via de zijkant) wordt veel toegepast vanwege het feit, dat de toegang technisch eenvoudig door te voeren is en de kans op een luxatie (de heup springt uit de kom) zeer gering is. Ook bij deze toegangsweg is het operatieoverzicht niet altijd optimaal.

De achterste toegang biedt de patiënt het grote voordeel dat de orthopedisch chirurg een exact overzicht over het operatieveld heeft, zodat de implantaten technisch consequent correct geplaatst kunnen worden. In de eerste plaats bepaalt een correcte positie van de implantaten (heuppan en heupsteel) de levensduur van de kunstheup en dat is verreweg het belangrijkste criterium
voor de keus van een operatieve toegangsweg.

Welke toegang is mijn favoriet?

Uit absolute overtuiging (in verband met de optimale positie van pan en steel) verkies ik de posterolaterale (achterste) toegang, die ik meer dan 4000 keer uitgevoerd heb. Overigens is de posterolaterale toegang ook nauwelijks spierbeschadigend en verloopt het herstelproces tevens zeer snel. Drie maanden na een heupoperatie is er wat betreft het revalidatieresultaat tussen de verschillende operatieve toegangswegen geen verschil meer vast te stellen. Dit is het resultaat van een multicentrisch onderzoek. Het belangrijkste voor de heuppatiënt is niet een klein litteken (AMIS) of een eventueel aanvankelijk iets sneller herstelproces, maar een langdurig zeer goede functie van de heup en dat is alleen met een optimale positie van de heupprothese te bereiken. Overigens wordt de posterolaterale toegang internationaal vanwege het zeer goede overzicht over het operatiegebied ook voor de heupprotheserevisie (wisseloperatie) gefavoriseerd.

Dr. Jan Tom Berg,
Chefarts van de orthopedische kliniek in het St. Elisabeth-ziekenhuis Damme
Hoofd van het "EndoProthetikZentrum Damme"

Patiëntervaringen en meer informatie over Damme


dr-_berg

Direct zoeken
Verzenden »
Ervaringen van patiënten
Orthopaedie - Heupprothese "Therapieën in Lingen zijn zeer goed" (mevr. Bracher, Westzaan) Damme en MediClin Hedon Klinik Lingen